De vraag naar strategische duurzaamheidsadviseurs neemt een hoge vlugt in Nederland. Bedrijven zoeken steeds intensiever naar consultants die niet alleen kennis hebben van ESG-rapportages, maar ook concreet advies kunnen geven over materiaalgebruik en energietransitie. Deze ontwikkeling markeert een verschuiving in hoe organisaties omgaan met verduurzaming: van compliance naar strategie.
Tot voor kort richtten duurzaamheidsadviseurs zich vooral op het voldoen aan wet- en regelgeving. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) dwong bedrijven om transparanter te rapporteren. Nu die regelgeving grotendeels is geïmplementeerd, ontstaat er ruimte voor een volgende fase. Bedrijven willen niet langer alleen voldoen aan eisen, maar hun materiaalkeuzes en energieverbruik fundamenteel anders inrichten.
Die vraag komt niet uit de lucht vallen. De industrie merkt dat grondstofprijzen volatiel blijven en energiekosten onder druk staan. Circulaire economie is niet langer een idealistisch concept, maar een zakelijke noodzaak. Productiebedrijven onderzoeken welke materialen ze kunnen vervangen door gerecyclede alternatieven. Energiebedrijven maken plannen om sneller van gas naar andere bronnen over te stappen.
Voor consultancybureaus betekent dit een kans. Wie de afgelopen jaren investeerde in kennis over materialenketens en energiesystemen, ziet nu de vruchten. Middelgrote adviesbureaus die voorheen vooral strategieadvies gaven, breiden hun praktijken uit met duurzaamheidsspecialisten. Grote consultancypartijen zetten aparte teams op die zich uitsluitend bezighouden met materiaal- en energievraagstukken.
Zelfstandige consultants met een technische achtergrond profiteren eveneens. Een werktuigbouwkundige die jaren ervaring heeft in de procesindustrie en zich heeft bijgeschoold in duurzaamheid, blijkt een gewild profiel. Hetzelfde geldt voor energie-ingenieurs die bedrijven kunnen adviseren over het optimaliseren van hun energiemix. De tarieven voor deze specialisten liggen inmiddels substantieel hoger dan voor algemene strategieadviseurs.
Opvallend is dat deze adviseurs steeds dichter bij het primaire proces komen te staan. Waar strategieadviseurs traditioneel op directieniveau opereren en aanbevelingen doen, duiken materiaalketen- en energie-adviseurs de productiehallen en fabrieken in. Ze analyseren waar energie verloren gaat, welke materialen vervangbaar zijn en hoe logistieke ketens efficiënter kunnen. Het werk krijgt daarmee een concreter, haast uitvoerend karakter.
Die praktische insteek maakt het advieswerk anders. Bedrijven verwachten niet alleen een adviesrapport, maar directe implementatieondersteuning. Consultants moeten niet alleen kunnen analyseren, maar ook kunnen meedenken over leveranciersselectie, contractonderhandelingen en technische haalbaarheid. Voor veel adviseurs vraagt dit om een bredere skillset dan ze gewend waren.
De arbeidsmarkt reageert hierop. Hogescholen en universiteiten zien toenemende belangstelling voor masters en cursussen die technische kennis combineren met bedrijfsstrategie en duurzaamheid. Consultancybureaus organiseren interne trainingsprogramma's om bestaande adviseurs bij te scholen. Recruitment blijft echter een uitdaging: het profiel van een strategisch duurzaamheidsadviseur met materiaal- en energiekennis is schaars.
Voor de Nederlandse consultancysector biedt dit specialisme kansen om zich te onderscheiden. Internationale bureaus hebben vaak generieke duurzaamheidspraktijken, maar missen soms lokale kennis over Nederlandse industrieclusters, energienetwerken en materiaalketen. Nederlandse adviseurs kunnen daar hun voordeel mee doen, zeker bij middelgrote industriële bedrijven die hun productieprocessen willen verduurzamen.
De verwachting is dat deze vraag nog jaren aanhoudt. Zolang bedrijven hun productiemodellen aanpassen aan klimaatdoelen en grondstofschaarste, blijft er behoefte aan adviseurs die strategie en uitvoering kunnen verbinden op het gebied van materiaal en energie.