Sander den Blanken maakt de overstap van BAM Infra Nederland naar Turner & Townsend. Bij het internationale consultancybureau gaat hij aan de slag als Hoofd Infrastructuur. De benoeming past in de groeiambitie van Turner & Townsend op de Nederlandse infrastructuurmarkt, waar de vraag naar projectmanagement- en kostenadvies onverminderd hoog blijft.
Den Blanken brengt een stevige staat van dienst mee uit de bouwsector. Bij BAM Infra Nederland vervulde hij verschillende leidinggevende rollen in grote infrastructuurprojecten. Die ervaring aan de opdrachtgeverskant maakt hem een waardevolle aanwinst voor Turner & Townsend, dat zich positioneert als onafhankelijk adviseur tussen publieke en private partijen.
De beweging van een gerenommeerd bouwbedrijf naar een consultancybureau illustreert een bredere trend in de sector. Ervaren professionals uit aannemerij en engineering kiezen steeds meer voor een adviserende rol. Dit heeft meerdere verklaringen. De complexiteit van infrastructuurprojecten neemt toe door scherpere eisen rond duurzaamheid, circulariteit en maatschappelijke betrokkenheid. Opdrachtgevers zoeken daarom naar expertise die verder reikt dan traditionele uitvoering. Consultants met operationele achtergrond kunnen die brug slaan tussen theorie en praktijk.
Voor Turner & Townsend is de aanstelling van Den Blanken strategisch. Het bureau wil zijn positie in de Nederlandse infrastructuurmarkt verstevigen, een segment waarin de komende jaren miljarden worden geïnvesteerd. De Rijksoverheid trekt fors uit voor het onderhoud en de vernieuwing van wegen, spoorlijnen en waterwegen. Regionale overheden investeren in mobiliteitsprojecten en klimaatadaptatie. Die projecten vragen om gedegen programmamanagement en kostenbewaking, precies het vakgebied waarin Turner & Townsend actief is.
De Nederlandse consultancymarkt voor infrastructuur kent een toenemende internationalisering. Buitenlandse bureaus zoals Turner & Townsend, Arcadis Gen en Mace breiden hun Nederlandse activiteiten uit. Ze concurreren met gevestigde namen zoals Movares, Witteveen+Bos en Royal HaskoningDHV. Die internationalisering leidt tot een verschuiving in de arbeidsmarkt. Bureaus jagen op professionals met projectervaring én commercieel inzicht die klanten kunnen binnenhalen en teams kunnen aansturen.
Aannemers zoals BAM zien daardoor hun talentenpool onder druk komen te staan. De uitstroom naar adviesbureaus is geen nieuw fenomeen, maar lijkt in een versnelling te komen. De aantrekkingskracht van consultancy is begrijpelijk: minder operationele risico's, meer strategische invloed en vaak betere arbeidsvoorwaarden. Voor bouwbedrijven ontstaat zo een uitdaging om ervaren mensen te behouden, zeker nu de arbeidsmarkt krap blijft.
De benoeming van Den Blanken zegt ook iets over de veranderende waardeketen in infrastructuur. Traditioneel was de scheiding helder: opdrachtgevers formuleerden de vraag, adviseurs ontwierpen, en aannemers voerden uit. Die grenzen vervagen. Bouwbedrijven ontwikkelen eigen adviesarmen, terwijl consultancybureaus dieper in de projectuitvoering duiken. Professionals bewegen mee in die dynamiek en zoeken posities waar ze maximale impact kunnen hebben.
Voor Turner & Townsend betekent de komst van iemand met de achtergrond van Den Blanken een kans om de geloofwaardigheid bij opdrachtgevers te vergroten. Publieke organisaties die infrastructuurprojecten aanbesteden, waarderen adviseurs die de uitvoeringspraktijk kennen. Dat voorkomt onrealistische planningen en budgetten, een van de grootste pijnpunten in Nederlandse infrastructuurprojecten.
De consultancysector blijft profiteren van de golf aan infrastructuurinvesteringen die Nederland de komende tien jaar te wachten staat. Wie de juiste mensen weet aan te trekken en te behouden, kan daar een sterke positie in verwerven. De overstap van Den Blanken is daar een illustratie van: in de strijd om talent wint de partij die de meest aantrekkelijke combinatie van inhoud, invloed en perspectief biedt.