Consultancybureau CPI heeft drie nieuwe partners benoemd. Chantal Felter-Zeegelaar, Diederick Koolmees en Gijs Seeder maken voortaan deel uit van het partnerschap van het bureau dat zich specialiseert in verandertrajecten voor organisaties in de publieke sector en zorg.
De drie nieuwe partners brengen elk een eigen expertise mee. Felter-Zeegelaar werkt sinds 2016 bij CPI en heeft zich geprofileerd in het domein van werk, inkomen en participatie. Koolmees, bij CPI actief sinds 2015, houdt zich bezig met vraagstukken rond digitalisering en data. Seeder is al sinds 2014 werkzaam voor het bureau en richt zich op het sociaal domein en het onderwijs.
Met deze benoemingen breidt CPI het partnerschap uit op een moment dat de vraag naar advies in de publieke sector onder druk staat. Gemeenten en zorginstellingen worstelen met budgettaire krapte, terwijl de complexiteit van maatschappelijke vraagstukken alleen maar toeneemt. De benoeming van drie partners die al jaren binnen het bureau actief zijn, wijst op een bewuste keuze voor groei vanuit de eigen gelederen.
Die keuze is opvallend in een sector waar het partnerschapsmodel de laatste jaren aan waarde lijkt te verliezen. Veel consultancybureaus zien partners vertrekken om als zelfstandige verder te gaan of kiezen juist voor een managementstructuur zonder partners. CPI kiest voor de traditionele weg: investeren in mensen die het bureau van binnenuit kennen en de cultuur dragen.
Het partnerschap bij een consultancybureau betekent meer dan een carrièrestap. Partners dragen mede-eigenaarschap en zijn verantwoordelijk voor de strategische koers. In de publieke sector, waar langjarige relaties en diepgaande kennis van beleidsdossiers het verschil maken, is die continuïteit waardevol. Wie gemeenten of zorgorganisaties adviseert over complexe transities kan niet met oppervlakkige kennis volstaan.
De benoemingen komen op een moment dat de markt voor publiek advies in beweging is. Grote partijen als Deloitte en PwC hebben hun ambities in de publieke sector teruggeschroefd na kritiek op hoge tarieven en beperkte meerwaarde. Voor gespecialiseerde bureaus als CPI ligt daar een kans. Zij kunnen zich onderscheiden met expertise die verder gaat dan generieke adviesmethodieken.
Felter-Zeegelaar, Koolmees en Seeder werken op terreinen waar de druk hoog is. Het domein werk en inkomen staat bol van de uitvoeringsproblematiek, van de toeslagenaffaire tot de uitdagingen bij UWV. Digitalisering en data zijn hot topics bij elke overheidsorganisatie, maar de vertaalslag naar werkbare systemen blijft lastig. En het sociaal domein kampt met structurele tekorten aan zowel budget als personeel.
Voor CPI betekenen de benoemingen een versterking van de expertise op deze dossiers. Voor de bredere adviesmarkt zijn ze een signaal dat gespecialiseerde kennis loont. Generalisten hebben het moeilijk in een tijd waarin opdrachtgevers kritischer zijn en resultaten harder moeten worden aangetoond. Bureaus die een duidelijk profiel hebben en kunnen laten zien wat ze in huis hebben, krijgen ruimte.
Of deze strategie succesvol is, hangt af van hoe de publieke sector zich ontwikkelt. Als gemeenten en zorgorganisaties gedwongen worden verder te bezuinigen, kan de vraag naar extern advies verschrompelen. Tegelijk kan de complexiteit juist vragen om externe expertise die intern niet beschikbaar is. CPI heeft met de nieuwe partners in elk geval gekozen voor specialisten die de publieke sector door en door kennen. In een markt die om inhoud vraagt, kan dat het verschil maken.